faviconFleurametz large
Blijf actueel
NL

De weerbare lelie begint van binnenuit

donderdag 13 augustus 2026

Wat maakt een lelie klaar voor de toekomst? Voor een groene wederverkoper mogelijk een belangrijke vraag. Want wie weet welk verhaal er achter een product zit, kan beter kiezen, beter adviseren en sterker uitleggen waarom een bepaalde lelie waardevol is.

Paul Ruigrok werkt sinds 4,5 jaar als gewasonderzoeker bloembollen bij Wageningen Research. Anders dan Wageningen University, richt de ‘R’ in WUR zich vooral op toegepast onderzoek. Dit gebeurt vaak in samenwerking met de sector en marktpartijen. Als geen ander weet Paul hoe belangrijk het is om te bouwen aan een weerbare teelt, maar ook hoe complex het kan zijn.

Zelf kijkt hij breed naar het gewas lelie en verbindt hij verschillende specialismen met elkaar. Bij een vraagstuk rond energie, ziekte, plaagdruk of techniek haalt hij de juiste experts erbij. Een allesomvattende blik dus. Het is belangrijk, in een sector waar alles met elkaar samenhangt.

Weerbaarheid: meer dan alleen een sterke plant

Een term die steeds vaker voorbijkomt als het gaat over de glastuinbouw, is weerbaarheid. Paul maakt meteen duidelijk dat het begrip veel breder is dan alleen de kracht van de plant zelf. Weerbaarheid gaat niet alleen om een sterker gewas, maar om het hele teeltsysteem. Dat betekent dat je een teelt zo inricht dat ziekten en plagen zo min mogelijk kans krijgen. Denk aan natuurlijke vijanden die structureel aanwezig zijn, maar ook een gezonde bodem, klimaatbeheersing en technologie. Zelfs bedrijfshygiëne speelt een rol.

Een weerbaar gewas is daar wel een belangrijk onderdeel van. Sterke wortels, gezonde bollen en een plant die minder gevoelig is voor ziekten of plagen: het draagt allemaal bij. Maar het is dus nadrukkelijk een optelsom. Hoe meer schakels op orde zijn, hoe sterker het hele systeem wordt.

IAP Bredefleur -117 (1)

Waarom weerbaarheid steeds belangrijker wordt

Volgens Paul is de belangrijkste reden helder: de mogelijkheden om problemen chemisch op te lossen worden steeds kleiner. Er zijn minder gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar en de maatschappelijke acceptatie neemt af. De sector moet dus op zoek naar andere manieren om gewassen gezond te houden.

Daarbij komt dat weerbaar telen in veel gevallen ook logisch en efficiënter is. Paul noemt het voorbeeld van lelies beregenen in de kas. Dat is praktisch. Alleen maakt dat niet alleen de grond nat, maar ook de plant. Dat biedt bladschimmels kansen. Om die tegen te gaan moet de plant weer drooggestookt worden met extra energieverbruik tot gevolg. Door bijvoorbeeld met druppelslangen te werken tussen de planten, voorkom je dat probleem aan de basis. Dat laat zien waar weerbaarheid om draait: Niet langer reageren op wat misgaat, maar het systeem zo ontwerpen dat problemen minder snel ontstaan.

'Rommelen aan DNA'? Nee, zo werkt het niet

Een gevoelig onderwerp is genetica. Veel mensen denken bij innovatie in de veredeling snel aan 'gerommel met DNA'. Volgens Paul is dat beeld onjuist.

Vrijwel alle lelies die nu bestaan, zijn ontstaan door kruisen en selecteren. Heel eenvoudig gezegd: stuifmeel van de ene plant wordt op de stamper van de andere plant gebracht. Dat is in wezen gewoon natuur. Veredeling is dus geen kunstmatige ingreep, maar een versneld en gericht selectieproces van eigenschappen die ook natuurlijk kunnen ontstaan. Paul is daar duidelijk over: “Elke lelie die nu op de Nederlandse markt is, daar is niet aan gemodificeerd en dat mag ook niet.”

Genetische modificatie, waarbij genen daadwerkelijk worden ingebracht of aangepast op een manier die niet natuurlijk ontstaat, is in de praktijk op dit moment niet toegestaan. Wel wordt in Europa gesproken over nieuwe Genomische Technieken (NGT's). NGT's kunnen het DNA veranderen op een manier die ook via natuurlijke kruising kan ontstaan, alleen veel sneller.

Paul maakt met een eenvoudig voorbeeld duidelijk waar de grens ligt:

“Wat niet mag - en dat vind ik ook goed dat niet mag - is dat je bijvoorbeeld zegt: ik heb hier een gen uit een maïsplant, wat ik wel in mijn lelie zou willen hebben. Dat mag niet, want dat is niet natuurlijk.”

Hoe Paul de toekomst ziet

Paul is positief over de toekomst van de lelie. Want hoe hard ontwikkelingen in de wereld ook gaan, in de veredeling wordt er ook snelheid gemaakt. Veredelaars maken gebruik van genetische merkers. Daardoor kunnen zij al in een heel vroeg stadium zien welke jonge planten kansrijk zijn en welke niet. Daardoor hoeven duizenden zwakke zaailingen niet jarenlang mee geteeld te worden. Dat bespaart tijd en geld, en versnelt de zoektocht naar sterkere rassen.

Vaasleven

De lelie van morgen vraagt om verbinding

De toekomst van de lelie zit dus niet in één grote doorbraak, maar in een reeks slimme keuzes die elkaar versterken. In beter teeltsysteemdenken, in nieuwe technieken en in het durven kijken naar wat een bloem van binnenuit toekomstbestendig maakt.

Paul Ruigrok laat zien dat weerbaarheid geen modewoord is, maar een richting. Een manier van denken die begint bij onderzoek en veredeling, maar pas echt waarde krijgt wanneer de hele keten meebeweegt. Van bollenkweker tot kas, van handel tot bloemist.

Want hoe sterk een ras ook is, en hoe duurzaam een teelt ook wordt ingericht: de lelie van de toekomst moet ook haar weg vinden naar de markt. Daar begint een nieuw vraagstuk. Hoe breng je dat verhaal goed over? Hoe verbind je kweker, handel en bloemist? En hoe zorg je dat kennis niet in de keten blijft hangen, maar terechtkomt bij degene die de bloem uiteindelijk verkoopt?

In deel 3 kijken we naar die complexe werkelijkheid. Naar de uitdagingen in de sierteeltsector, de rol van samenwerking en de positie van een handelshuis als FM Group: als verbinder, informatiebron en aanjager in een sector die volop in beweging is.

Sharing is caring

Ander nieuws

Lees ook